Wanneer herhaling geen herhaling is
Auteur: Ruud van der Splinter / Dutch Luxury Design
Oktober 2026
Waarom dit Praktijk Inzicht?
Een maker maakt een vorm, een object, een beeld of doet een materiaalonderzoek. Daarna begint zij opnieuw. Op het eerste gezicht lijkt dat herhaling. Dezelfde handeling, een vergelijkbare vorm, misschien zelfs een herkenbare reeks.
Maar wie goed kijkt, ziet dat het nooit precies hetzelfde wordt. Het materiaal reageert net anders. Een handeling die de vorige keer werkte, vraagt nu om een kleine aanpassing. De maker heeft inmiddels iets ervaren en neemt die ervaring mee. Een keuze die eerder vanzelfsprekend leek, wordt opnieuw overwogen. Soms ontstaat daardoor iets dat dichter bij het oorspronkelijke idee ligt. Soms juist iets onverwachts.
Wat op herhaling lijkt, is daardoor telkens een nieuwe poging.
Dat roept een andere vraag op dan de vraag of een maker iets opnieuw moet maken: Wat leert een maker doordat zij steeds opnieuw begint?
En misschien nog belangrijker: Wat wordt zichtbaar doordat een maker blijft herhalen?
Ontmoeting
Een maker werkt aan een vorm die ze al vaker heeft gemaakt. Ze kent de handeling inmiddels. Ze weet ongeveer wat er kan gebeuren.
Toch verloopt de nieuwe poging niet zoals de vorige. Een oppervlak reageert anders. Een vorm trekt onverwacht weg. Een verbinding blijkt sterker of juist kwetsbaarder dan gedacht. Een kleine aanpassing verandert het geheel. De maker corrigeert, probeert opnieuw, kijkt, voelt, vergelijkt. Niet alles wordt bewust geanalyseerd. Een deel van die kennis zit inmiddels in de handen.
Daarom is een nieuwe poging nooit een exacte herhaling van de vorige. De maker begint opnieuw, maar niet vanaf nul. Ze neemt haar eerdere ervaring mee. Juist daardoor ontstaat een merkwaardige paradox: hoe vaker een maker iets opnieuw maakt, hoe minder hetzelfde het wordt.
De herhaling verandert doordat de maker verandert.
De praktijkvraag
Als herhaling niet betekent dat hetzelfde resultaat opnieuw wordt geproduceerd, wat gebeurt er dan eigenlijk wanneer een maker iets opnieuw maakt?
Leert zij vooral om het steeds beter te beheersen? Of ontstaat er iets anders? Misschien is het belangrijkste van herhaling niet dat de maker steeds beter hetzelfde kan doen, maar dat zij door iedere nieuwe poging beter leert zien wat er verandert.
En als dat zo is, kan herhaling dan ook zichtbaar maken waar een makerspraktijk werkelijk mee bezig is?
Het onderzoek
Leren gebeurt tijdens het maken.
Richard Sennett beschrijft in The Craftsman hoe vakmanschap ontstaat uit een langdurige wisselwerking tussen handeling, aandacht en ervaring. Herhaling speelt daarin een belangrijke rol. Door een handeling vaker uit te voeren, wordt de maker gevoeliger voor kleine verschillen en leert zij steeds beter reageren op wat er gebeurt.¹
Maar herhaling betekent bij Sennett niet simpelweg automatisering. Juist door een handeling opnieuw uit te voeren, kan de maker subtiele afwijkingen leren herkennen. De vaardigheid groeit doordat de maker steeds beter kan omgaan met wat niet helemaal volgens plan verloopt.
Dat is een belangrijk verschil. Vakmanschap ontstaat niet doordat alles hetzelfde blijft, maar doordat de maker leert omgaan met verschil.
Donald Schön beschrijft iets vergelijkbaars vanuit het begrip reflection-in-action. Professionals denken niet alleen vóór of na een handeling na over wat ze doen. Tijdens het handelen reageren ze op wat zich aandient. Een onverwachte uitkomst wordt aanleiding voor een volgende aanpassing.²
Daarmee krijgt een nieuwe poging altijd een voorgeschiedenis. De maker probeert niet simpelweg nog een keer. Ze probeert opnieuw met wat ze inmiddels weet.
Het materiaal doet mee.
Tim Ingold gaat nog een stap verder. In Making beschrijft hij maken niet als het uitvoeren van een vooraf vaststaand ontwerp op een passief materiaal. Maken ontstaat in een voortdurende wisselwerking tussen maker, materiaal en omgeving.³
Dat betekent dat de maker niet alles vooraf kan bepalen. Het materiaal antwoordt. Een nieuwe poging is daarom nooit volledig voorspelbaar. Zelfs wanneer de maker dezelfde handeling opnieuw uitvoert, ontstaat een andere situatie. Het materiaal heeft zijn eigen eigenschappen, weerstand en mogelijkheden. De maker reageert daarop en verandert daardoor opnieuw haar handelen. Herhaling is dus geen gesloten lus. Het is eerder een reeks ontmoetingen: maken → ervaren → aanpassen → opnieuw maken → opnieuw ervaren. Iedere poging verandert de volgende.
Maken als onderzoek.
Dat sluit aan bij onderzoek naar practice-led craft research. Daarin wordt het maken zelf gezien als een manier om kennis te ontwikkelen. Kennis hoeft niet volledig vooraf te bestaan om vervolgens in een werk te worden toegepast. Ze kan juist ontstaan tijdens het onderzoeken, maken, vergelijken en opnieuw proberen. Kathryn Gill beschrijft hoe binnen craft research het praktische handelen een middel kan zijn om vragen te onderzoeken en inzichten te ontwikkelen.⁴
Dat maakt duidelijk waarom een maker soms lange tijd met ogenschijnlijk vergelijkbare vormen of handelingen bezig kan zijn zonder dat dit eenvoudigweg herhaling is. Elke poging levert iets op. Een ontdekking. Een mislukking. Een voorkeur. Een weerstand. Een onverwachte mogelijkheid.
En al die ervaringen veranderen wat de maker daarna doet. De maker herhaalt dus niet zozeer een handeling. Ze herneemt een vraag.
Van herhaling naar praktijk
Wanneer een maker iets steeds opnieuw onderzoekt, ontstaat na verloop van tijd een spoor. Bepaalde keuzes keren terug. Sommige vormen blijven interessant. Een bepaald materiaal blijft uitnodigen. Structuren, ritmes, bewegingen of verhoudingen duiken steeds opnieuw op. Niet noodzakelijk omdat de maker dat vooraf heeft besloten.
Juist doordat zij blijft maken, wordt zichtbaar waar haar aandacht steeds naartoe gaat. Een reeks werken kan daardoor iets laten zien wat in één werk nog niet zichtbaar is.
Een afzonderlijk werk laat zien wat een maker heeft gemaakt. Een reeks kan laten zien waar een maker mee bezig is.
Dat verschil is belangrijk. Want wat op het eerste gezicht een terugkerende vorm lijkt, kan in werkelijkheid een terugkerende vraag zijn.
Waarom werkt deze vorm zo goed? Wat gebeurt er wanneer de verhouding verandert? Hoeveel structuur kan er ontstaan voordat de vorm star wordt? Wat gebeurt er wanneer een regelmatig patroon iets organisch krijgt?
Wanneer zulke vragen zich door verschillende werken heen blijven aandienen, begint zich een praktijk af te tekenen. De herhaling maakt dan niet alleen vakmanschap zichtbaar. Ze maakt ook de richting van het onderzoek zichtbaar. En misschien is dat wel één van de redenen waarom een makerspraktijk tijd nodig heeft. Niet alleen om beter te worden in wat zij doet, maar om zichtbaar te laten worden wat zij eigenlijk onderzoekt.
Praktijk Inzicht
Een maker maakt iets niet opnieuw. Ze begint opnieuw.
Dat lijkt een klein verschil, maar het verandert hoe we naar herhaling kunnen kijken. Bij iedere nieuwe poging is er iets veranderd. De maker heeft meer ervaring, het materiaal heeft anders gereageerd, een eerdere keuze heeft gevolgen gehad. Daardoor ontstaat een nieuwe situatie.
Het resultaat is telkens anders. Juist dat verschil maakt leren mogelijk. Een maker leert niet doordat zij exact hetzelfde steeds opnieuw uitvoert, maar doordat zij ontdekt wat er verandert wanneer zij opnieuw begint. Zo worden ervaring, vakmanschap en intuïtie opgebouwd.
Maar er gebeurt nog iets. Wanneer die nieuwe pogingen zich opstapelen, worden patronen zichtbaar. Sommige vragen keren terug. Bepaalde keuzes blijken belangrijk. Sommige mogelijkheden worden steeds opnieuw onderzocht. Wat de maker door het maken leert, wordt daardoor ook zichtbaar in de ontwikkeling van de praktijk. Dat betekent dat herhaling twee kanten op werkt. Voor de maker is zij een manier van leren. Voor de praktijk is zij een manier waarop iets zichtbaar wordt.
Daarom hoeft ontwikkeling niet altijd te beginnen met een nieuw idee of een nieuwe richting. Soms ontstaat ontwikkeling juist doordat een maker lang genoeg bij iets blijft om de verschillen te gaan zien. En misschien is dat wat een praktijk herkenbaar maakt: niet dat steeds hetzelfde wordt gemaakt, maar dat door verschillende werken heen dezelfde aandacht opnieuw zichtbaar wordt.
Betekenis voor de makerspraktijk
Voor een maker kan het verleidelijk zijn om herhaling te zien als een teken dat er iets nieuws moet gebeuren. Een nieuwe vorm, een nieuw materiaal, een andere richting. Maar herhaling hoeft geen stilstand te betekenen.
De vraag kan ook zijn: Wat verandert er wanneer ik hier opnieuw aan begin?
En vervolgens: Wat laat die reeks voor verschillen zien?
Niet ieder verschil hoeft bewust te worden gestuurd. Niet iedere poging hoeft te leiden tot een bruikbaar werk. Juist het vergelijken van pogingen kan inzicht geven in wat belangrijk blijkt, wat steeds terugkomt en waar de praktijk zich naartoe beweegt. Dat vraagt soms om langer bij een vraag te blijven dan comfortabel voelt. Niet om hetzelfde beter te leren maken, maar om te ontdekken wat er door het opnieuw maken zichtbaar wordt.
Een praktijk ontwikkelt zich dan niet alleen door vernieuwing, maar ook door verdieping. De maker begint opnieuw. Het werk wordt anders. En in die verschillen wordt langzaam zichtbaar wat de praktijk aan het onderzoeken is.
Literatuur en notities
- Richard Sennett, The Craftsman, Yale University Press, 2008.
Sennett beschrijft vakmanschap als een langdurige ontwikkeling waarin herhaling, aandacht en ervaring samenkomen. Door handelingen opnieuw uit te voeren leert de maker subtiele verschillen herkennen en daarop reageren. - Donald A. Schön, The Reflective Practitioner: How Professionals Think in Action, Basic Books, 1983.
Schön introduceert het begrip reflection-in-action: kennis ontstaat niet alleen door vooraf of achteraf te reflecteren, maar ook tijdens het handelen, wanneer een onverwachte situatie aanleiding geeft tot een nieuwe reactie. - Tim Ingold, Making: Anthropology, Archaeology, Art and Architecture, Routledge, 2013.
Ingold beschouwt maken als een proces van voortdurende correspondentie tussen maker, materiaal en omgeving. Het materiaal is geen passieve drager van een vooraf bedacht ontwerp, maar werkt mee aan wat ontstaat. - Kathryn Gill, “Learning by doing: ‘Working out’ in craft research”, Craft Research, 9(1), 2018, 75–91.
Gill onderzoekt hoe kennis in craft research kan ontstaan vanuit het praktische maken zelf: door uitproberen, observeren, vergelijken en opnieuw handelen.
Verder lezen
Richard Sennett — The Craftsman
Donald A. Schön — The Reflective Practitioner
Tim Ingold — Making
Kathryn Gill — “Learning by doing: ‘Working out’ in craft research”
